Klik op een foto voor meer details    

Donderdag, 8 maart, 1979
Klik om te vergroten Een smerige warmte slaat ons op de keel als we eindelijk voet zetten op Dacca Airport. Eigenlijk kun je het nauwelijks een vliegveld noemen. Hier en daar staat een vervallen vrachtloods veelal in gebruik om bedelaars te huisvesten. De inderhaast afgebouwde aankomst en vertrekhal staat in geen verhouding tot de betonnen gevaarten die we in Europa en Amerika gewend zijn. We werden afgehaald door een vertegenwoordiger van UNICEF. Zonder al teveel problemen loodst hij ons naar een gammele taxi. Nauwelijks hebben we ons op de achterbank genesteld of de wagen zet zich in beweging. Luid toeterend brengt de taxi-chauffeur ons naar het hotel. Uiterlijk draagt het gebouw nog steeds sporen van de verschrikkelijke oorlog met Pakistan. Een oorlog die uiteindelijk zelfbeschikkingsrecht bracht voor Bangla Desh maar tevens een uitzichtloze armoede achterliet. Tot in de deftige lobby worden we achtervolgd door bedelende kinderen. Je zou ze al je geld willen geven, maar je weet dat je er niet aan kan beginnen. Cat maakt een uitzondering voor een jochie zonder beentjes. Het kind wordt bedolven door lotgenootjes die hem het geld afhandig proberen te maken.
Klik om te vergroten Ingrijpen van de UNICEF-vertegenwoordiger voorkomt, dat het kind volledig afgetuigd wordt. "Dat doe ik nooit meer", zegt Cat. Waarop hij zich naar zijn kamer begeeft. Om die niet meer te verlaten, tot de volgende dag zich aankondigt. We zullen door de stad gegidst worden. Monter gaan we richting markt. Het lijkt alsof we langverwachte helden zijn. Voortdurend worden we begeleid door tientallen kinderen in haveloze kleding. Sommigen missen een of twee armen, anderen moeten het zonder benen doen. "Vaak zijn het geen aangeboren afwijkingen" zegt onze gids. "In dit land worden kinderen soms bewust verminkt om als bedelaar meer geld los te krijgen". Het klinkt afschuwelijk, maar het past volledig in het beeld, dat we langzamerhand opgebouwd hebben. Bittere armoe stelt nieuwe wetten. Hoe onmenselijk vaak ook. Lachende gezichten zien we niet. Doffe ellende staat iedereen op het gelaat gegrift. Cat Stevens schudt niet begrijpend het hoofd. "Ik was voorbereid op de ergste dingen, maar dit slaat alles", stamelt hij. "Weet je, dat ik me begin te schamen voor mijn rijkdom".

Dinsdag, 13 maart, 1979
Al vijf dagen worden we geconfronteerd met diepe menselijke ellende. Totale verpaupering is ons deel geworden. We raken afgestompt. Lopen haast achteloos aan bedelende kinderen voorbij. Verbleken niet meer als we iemand op straat zien sterven. Op ons programma staat o.m. Chittagong, belangrijkste havenstad van Bangla Desh. Het leven is hier gejaagder. Er worden ook meer eisen aan de mensen gesteld. Een dag betekent hier minimaal twintig uur werken. Veel tijd om mogelijke positieve indrukken op te doen, hebben we niet. We worden tegen de avond namelijk verwacht in Rangamati, een plaats waar bij wijze van uitzondering een cultureel festival gehouden wordt. Per jeep begeven we ons door het bergachtige landschap. Hier en daar worden we nagewuifd door kinderen in gescheurde kleding. Een veeboer kijkt niet begrijpend naar ons vervoermiddel. Hij kan van een dergelijke luxe alleen maar dromen. Rangamati lijkt uiterlijk veel op Chittagong. Hetzelfde hoge levenstempo, terwijl de inspanningen nauwelijks klinkende munt opleveren. Het cultureel festival wordt een onderonsje van bevoorrechte kapitalisten van Bangla Desh. De komst van de bekende popster Cat Stevens geldt hier als een unieke kans om even de luxe van het westen te proeven. Grootgrondbezitters, politici en buitenlandse diplomaten vormen het publiek. Ze zijn vergezeld door hun vrouwen, die elkaar de loef afsteken met zo duur mogelijke jurken. Een schrillere tegenstelling met de gewone bevolking is nauwelijks denkbaar. Klik om te vergroten Cat geeft een schitterend concert. Geconcentreerd tot in de toppen van zijn vingers zingt hij alle ellende van de afgelopen dagen van zich af. Aan het slot haalt hij Alun Davies, een minder bekende pop-grootheid uit Amerika, op het podium om met hem enkele duetten te zingen. Al improviserend verwoordt Cat de verpaupering van dit deel van de wereld. Het lied zal echter nooit op de plaat verschijnen. "Ik wil niet, dat de mensen gaan zeggen dat ik me aan de ellende van andere mensen verrijkt". Als je de opbrengst eens afdroeg, stellen we voor. "Dan blijft er relatief te weinig over en zijn er weer andere mensen, die er beter van worden. Nee er zijn meer manieren om te helpen"repliceert Stevens en doet er vervolgens het zwijgen toe.

Vrijdag, 16 maart
Navraag bij de UNICEF-afgevaardigde leert, dat Cat Stevens jaarlijks een kwart miljoen dollar (ruim vijfhonderdduizend gulden) afdraagt. "Hij is een van de vele stille geldgevers", zegt onze zegsman. "Om hem een keertje te laten zien wat er met zijn geld gebeurt, hebben we hem voor een tocht door Bangla Desh uitgenodigd. Zeg overigens maar niet tegen Cat, dat je het weet. Hij wil dat het geheim wordt gehouden".
Klik om te vergroten Vandaag staat Patuakhalh op het programma, een vissersplaatsje aan de Golf van Bengalen. In vergelijking tot het platteland is hier sprake van een zekere welvaart. De inwoners kunnen zich tenminste redelijk in leven houden. Natuurlijk heeft men ook hier te kampen met ondervoeding door te eenzijdig eten. Maar er is tenminste eten. Cat ziet er een stuk beter uit dan de afgelopen dagen het geval was. "Hier zie je tenminste weer iets dat op een menswaardig bestaan lijkt", verklaart hij. We besluiten een visvangst mee te maken. Het gaat uiterst primitief, maar toch redelijk doelmatig. Cat wordt door een van de plaatselijke politici geestdriftig op de schouders geklopt. "Je brengt ons geluk. Zoveel hebben we in tijden niet gevangen". Om zijn blijdschap extra kracht bij te zetten, nodigt hij ons uit Klik om te vergroten voor een drankje in zijn huis. De man woont in een goed onderhouden huis in een welvarend uitziende wijk. Ook hier geldt blijkbaar, dat wie het dichts bij het vuur zit zich het best warmt. Geconfronteerd met die conclusie, speelt de man de grote onschuld. "Van mijn politieke ambt word ik geen cent beter. Wat je hier ziet, komt uit familie-bezit. Toevallig kom ik uit een gegoede familie. Maar denk niet, dat alle politici in dit land zo goed af zijn. Ik heb kennissen in Bhola, dat hier verder naar boven ligt, die in een soort veredelde hut wonen. En de man geldt toch als een van de notabelen van het dorp. Weet je, Bangla Desh is een jonge staat. Iedereen heeft hier gelijke kansen". We knikken, maar zijn niet in staat de man op zijn woord te geloven. We hebben de afgelopen dagen teveel ellende gezien.

Woensdag, 21 maart, 1979
Na uren hobbelen in onze jeep arriveren we in het uiterste noorden van Bangla Desh. Voortdurende droogte heeft van de oogst weinig overgelaten. Dat betekent, dat de voornamelijk boerenbevolking opnieuw zal moeten beknibbelen op het eten. Men is er in deze streken aan gewend om de buikriem steeds verder aan te halen. Totdat het absolute minimum is bereikt en duizenden niets meer overblijft dan te sterven. Hoop op een betere morgen doet de mensen echter steeds weer opnieuw de akkers bewerken. Sinds kort met behulp van het rijke westen, dat gereedschappen heeft aangeleverd. Klik om te vergroten Een van de doelen, waarvoor UNICEF jaarlijks miljarden guldens ter beschikking stelt. Rangpur is trouwens nog bevoorrecht ten opzichte van de omliggende plaatsen, want hier is een soort modelboerderij gehuisvest. Met moderne middelen probeert men de ongelijke strijd tegen de natuur aan te gaan. Stapje voor stapje komt men steeds dichter bij het uiteindelijke doel: een menswaardig bestaan voor een bevolking, die te lang te veel klappen heeft gehad. We worden als lang verwachte vrienden ingehaald. Moeten steeds weer primitieve huizen bekijken en slaan man moedig alle uitnodigingen om mee te komen eten af. Niet omdat we bang zijn voor een voedselvergiftiging, maar omdat we ervan overtuigd zijn, dat ons eventuele mee-eten een rantsoenering voor de volgende dagen oplevert. Ter plekke geeft Cat een openluchtconcert. De Klik om te vergroten bevolking kijkt zich de ogen uit. Realiseert echter nauwelijks, dat het hier om een van de bestbetaalde artiesten van de wereld gaat. Omdat ze voor zeg negentig procent kunnen lezen noch schrijven, ontgaat de betekenis van Cat's teksten hen volkomen. Desondanks lijken ze te begrijpen waar het over gaat, want als Cat zijn speciale Bangla Desh song ten gehore brengt, wordt hij beloond met een klaterend applaus. Cat lijkt gelukkiger dan we hem gedurende deze reis hebben gezien. Mogelijk heeft ook hij beseft, dat het simpele concerteren op een marktpleintje een beetje geluk heeft gebracht in die afgestompte wezens.

Zaterdag, 24 maart, 1979
We zijn terug in Dacca. Worden opnieuw geconfronteerd met de doffe ellende van een overbevolkte metropool. In het hotel praten we na over de achter ons liggende weken. Komen tot de conclusie, dat dit land het zonder hulp van het rijke westen nooit zal redden. en tevens, dat alleen een financiŽle injectie onvoldoende is. Er zullen goed geschoolde opbouwwerkers moeten Klik om te vergroten komen om de plaatselijke boeren wegwijs te maken in het hanteren van de nieuwe gereedschappen. Er zullen schoolprojecten gestart worden. En er zullen honderdduizenden huizen gebouwd moeten worden om iedereen aan een menswaardig onderkomen te helpen. Als we 's avonds bij het vliegveld aankomen. ontwaren we in een van de loodsen het jochie zonder beentjes. Cat kijkt er langdurig naar. Kan maar geen besluit nemen. Trekt dan de portefeuille open en geeft het kind een handvol klein geld. Even lichten zijn ogen op, dan weer is er die troosteloze berusting in die bruine kijkers. Op de trap naar het vliegtuig zegt Cat: "Dit beeld zal ik nooit kwijtraken".

 

Voor de engelse versie: MajiCat Cat Stevens Scrapbook
 
Met dank aan Christine Chenevey voor het opsturen
van dit artikel en het mogelijk maken van deze pagina.
Ook dank aan George L. Brown die ons heeft geholpen.

Thanks to Christine Chenevey for her friendly help.
Thanks to George L. Brown for helping us.